Afgelopen woensdag werden kandidaten voor de Utrechtse Statenverkiezingen rondgeleid langs misschien wel het meest complete stukje Utrechtse natuur, de uiterwaarden langs de Rijn bij Rhenen. Boswachter Hugo Spitzen bracht ons op de hoogte van de kansen die voor het grijpen liggen, met name in het prachtige gebied rondom de Grebbeberg. Op de foto hieronder staan we aan de rand van de Blauwe Kamer, nu al een fantastisch stuk natuur.
Daar werden we onder andere begroet door de Grote Zaagbek, een klapekster, een zilverreiger, een stel ooievaars en een kudde nonnetjes. Ook groeien er plantjes die normaal gesproken alleen in Alpenweides te zien zijn, maar het hier aan de benedenloop van de Rijn ook erg naar hun zin hebben.
Eigenlijk is de natuurwaarde van de Blauwe Kamer nu al optimaal. Om te voorkomen dat het niet verandert in veel minder divers bos blijft echter geld nodig. Om de kansen van de bewoners van dit gebied te vergroten blijft het ook nodig volgende stapstenen als natuurgebied in te vullen, om zo de soortenrijkdom te vergroten. Een keihard pleidooi dus voor het verder ontwikkelen van de Ecologische Hoofdstructuur.
Een zorgenkindje is de passage langs de Grebbeberg. Waar eerst kraakhelder water aan de voet uitstroomde, is het water de laatste jaren steeds verder verontreinigd, omdat boven op de Grebbeberg nog altijd geboerd mag worden. En dat gebeurt blijkbaar niet altijd op een even verantwoorde manier. Op het moment dat we Rhenen in zicht krijgen wordt het echte knelpunt duidelijk. Een groot hek en een fabriek vormen een harde barrière tussen berg en rivier.
Op zich liggen de kansen voor de natuur hier voor het oprapen, maar die kunnen alleen worden gegrepen als zowel gemeente, provincie als rijk het belang inzien van deze unieke plek in de zuidoosthoek van Utrecht. Een plek die ook recreatief optimaal uitgevent kan worden.
Hieronder kun je zien dat vlak langs Rhenen de idylle al aanwezig is. Met een paar kleine ingrepen kunnen de laatste barrières in de vorm van hekjes worden geslecht en wordt ruimte geschonken aan alle dieren, tot aan het edelhert toe.
Een ander niet te algemeen dier heeft alweer zijn intrek in het gebied ingenomen: de bever. Hieronder zijn goed de knaagsporen te zien die ze vooral in de winter achterlaten. De sappige bast is dan een belangrijke bron van voedingsstoffen. Mooie bijkomstigheid van de bever is dat die zelf veel aan natuurbeheer doet door gebieden open te houden. Alle reden dus om de leefruimtes die verspreid langs de Rijn liggen met elkaar te verbinden.
Iets verder langs de Rijn bij Elst zijn de contouren van een toekomstig prachtig natuurgebied al zichtbaar. Een kleiput gevuld met helderblauw water omsloten door weidse graslanden. Toch is de natuurwaarde hier nog verre van optimaal. Met het herstellen van de oude zijgeul van de Rijn, die nog steeds zichtbaar is in het landschap, het verspreid aanleggen van schuilplekken voor dieren en het wegwerken van barrières is een hele wereld te winnen.
Als GroenLinkser zie ik geen reden niet te investeren in deze panklaar liggende natuurkansen. Zoals ik op de radio al vertelde: het gaat hier om politieke keuzes. Met 1 JSF minder (een dikke 100 miljoen Euro) kunnen we alle natuur in onze provincie met gemak zo krijgen als we ooit hebben gewenst.
Alle foto’s zijn gemaakt door mijn gewaardeerde collega en groot natuurliefhebber Kees de Heer van de ChristenUnie




Juist de raakpunten van verschillende landschappen staan onder druk. Verbindingen van voor planten en dieren worden steeds belangrijker.
Kijkgroen voor de vrije tijd blijft allereerst leefgroen voor plant en dier.
Ik wens ook Utrecht een GroenLinks Verkiezingsoverwinning toe.
Vriendelijke groet uit Amsterdam-ZuidOost
PS1: de vorming van een nieuwe gemeente geeft bijvoorbeeld gevaren voor de oorspronkelijke bomenverordening van Abcoude.
PS: van kleinschalig naar landelijk is oog voor het behoud van de natuur hard nodig!
Door:Rob Alberts op20/02/2011
op14:18